Blog

Regelmatig geven onze trainees je een kijkje in hun wereld.
Ze nemen je mee in hun dagelijks werk.

Trainees 2019 – 2021

BLOG’s


 


Thuiswerken en de start van onze gezamenlijke opdracht

door Marieke Legtenberg

Inmiddels is het halverwege juni en is het alweer drie maanden geleden sinds Rutte zijn eerste persconferenties gaf. Al die tijd zijn we thuis aan het werk.
Met de opening van bioscopen en terrassen begint het normale leven weer enigszins terug te komen, toch werken we voorlopig nog vanuit huis.

Ik neem jullie mee in een gemiddelde thuiswerkdag.


Van maandag tot en met donderdag gaat mijn wekker meestal om half 8. De dag start met een ontbijtje en een kopje thee.
Rond 8 uur start ik mijn laptop en begin ik met lezen van e-mails.
Vaak begint de eerste vergadering via Microsoft Teams rond half 9 en heb ik in de ochtend een aantal vergaderingen.

Waar er in de eerste weken regelmatig dingen mis gingen in de digitale vergaderingen, is iedereen er tegenwoordig aan gewend. Er is zelfs een soort van vergaderregime ontwikkeld, waarbij alleen degene die praat zijn microfoon aanheeft. Als er vervolgens een reactie komt, wordt er regelmatig vergeten om de microfoon aan te zitten en is het verhaal voor niets geweest (herkenbaar?).

Na de vergaderingen is het tijd voor lunch. In de middag werk ik vaak de vergaderingen uit en houd ik me bezig met het schrijven of lezen van stukken. Rond 5 uur sluit ik mijn laptop af en is het tijd om boodschappen te doen en te koken.

Ik had het voordeel dat ik al sinds januari bezig ben met Soweco. Een heel interessant proces, waarbij veel komt kijken en ik veel mag leren.
Doordat ik al veel mensen kende, verliep de overgang naar de tweede traineeopdracht gemakkelijk.

Op vrijdagen zien de dagen er net iets anders uit dan op de andere dagen.

Normaal gesproken hebben we trainingen op het kantoor van Regio Twente, maar door corona ging dat natuurlijk ook niet door.
Gelukkig hebben we ook hier de moderne technieken. In de eerste paar weken hadden we op vrijdag een digitaal bijkletsmoment onder leiding van onze fijne coach Judith Westendorp.

Toch leuk om van iedereen te horen hoe het gaat in de eerste weken van de nieuwe opdracht.
De afgelopen paar weken hebben we zelfs al een online training procesregie gehad. Met zijn allen in een zoommeeting, om de nodige informatie op te doen over hoe je het beste een project en proces kan starten, waar je aan moet denken etc.

Naast de inhoudelijke trainingen werken we met zijn allen aan een gezamenlijke opdracht.
Hier kunnen we de opgedane kennis over procesregie meteen in praktijk brengen.

Vrijdag de 12e was de eerste vrijdag in lange tijd dat we weer met (bijna) de gehele groep bij elkaar waren.
Toch wel fijn. Fysiek overleggen gaat voor je gevoel soms toch net wat sneller.
In de gezamenlijke opdracht gaan wij ons bezig houden met de kloof tussen vraag en aanbod bij startersbanen bij gemeenten. Wij gaan onderzoeken hoe de kloof ontstaat: Willen jonge mensen niet bij een gemeente werken, bijvoorbeeld omdat ze het imago van de overheid niet goed vinden of omdat het voor jongeren niet bekend is dat ze bij de gemeenten zouden kunnen gaan werken?
Of bereiken de vacatures bij gemeenten de jongeren niet? Wordt er bijvoorbeeld wel op een goede manier geworven en willen gemeenten überhaupt wel jongeren in dienst nemen?

Daarom gaan wij een plan opstellen om met beide groepen, zowel met de jongeren als met gemeenten in gesprek te gaan.

Suggesties van de lezers van deze blog, zijn natuurlijk altijd welkom! ?

 


1 juno is geweest

door Annelot van Rooij

Communicatie tijdens de coronacrisis: hoe houden we contact met inwoners?

Manon Koopman

Trainee Manon Koopman laat samen met haar collega Karlijn (strategisch communicatieadviseur) in deze vlog zien hoe werkzaamheden bij de afdeling Communicatie van gemeente Rijssen-Holten eruit zien tijdens de coronacrisis.

 


Verhuizen, flexwerken en thuiswerken

Sjoerd Wolters

Mensen verhuizen gemiddeld zo’n 7 keer in hun leven.
Zelf ben ik nog niet zo vaak verhuisd: alleen van Harbrinkhoek naar Nijmegen en weer terug.
In de afgelopen maanden ben ik inmiddels wel regelmatig “verhuisd” van werkplek. In deze blog wil ik jullie kort meenemen in mijn ervaringen met flexwerken, verhuizen en thuiswerken.

Van UB naar stadskantoor Hengelo

Na vele uurtjes in de UB, op kantoor bij m’n stageplek en achter m’n bureau in m’n kamer in Nijmegen, heb ik mijn afstudeerscriptie afgerond en mijn diploma behaald. In september heb ik de UB ingeruild voor het stadskantoor van de gemeente Hengelo, om te beginnen aan het eerste project van mijn traineeship bij de Twentse Overheid.

Het stadskantoor aan de Hazenweg wordt gekenmerkt door de vele werkkamers die ‘bewoond’ worden door kleine groepjes collega’s – ik schat gemiddeld zo’n vier per werkkamer – die ongeveer dezelfde functie hebben. Daarnaast bestaan er enkele grotere werkruimtes met vijftien tot vijfentwintig werkplekken. Als ik onze personeelskiosk moet geloven, heb ik geen vaste werkplek, maar behoor ik tot de unieke groep medewerkers met een flexibele werkplek.

Maar als ik eerlijk ben, werkte ik al snel – vooral door een gebrek aan flexplekken – vanaf mijn “vaste flexibele werkplek” in een grotere werkruimten op de 7e verdieping van het stadskantoor.
Elke morgen neem ik de trap naar de 7e, haal een kop thee uit de automaat, begroet m’n collega’s en ga zitten op m’n – verrassend snel toegeëigende – vertrouwde plekje.

Een groot voordeel van een vaste werkplek is de onderlinge collegialiteit: mensen halen koffie voor elkaar, er is oprechte interesse in collega’s, in de pauze wordt er samen gewandeld of geluncht, en af en toe steken we elkaar de gek aan. Het zijn maar kleine dingetjes, maar voor mij erg belangrijk voor m’n werkplezier. Nadeel van een vaste flexibele werkplek is dat je buiten formele overleggen weinig nieuwe collega’s ontmoet.

Van stadskantoor naar nieuwe stadhuis!

En begin februari was het dan zover: de verhuizing van het stadskantoor aan de Hazenweg naar het gerenoveerde stadhuis en nieuwgebouwde stadskantoor! Geen vaste werkplekken meer, maar alleen nog maar flexplekken. Wie het eerst is wie het eerst maalt.

Toen ik in september in Hengelo begon, was de verhuizing al één van de meest besproken onderwerpen op de werkvloer. Sommige collega’s zagen er heel erg tegenop, anderen hadden er juist super veel zin in. Na afloop van rondleidingen in het nieuwe stadhuis kwamen de meeste collega’s terug met een zeer precieze beschrijving van wat straks hun werkplek zou worden. In de wekelijkse nieuwsbrieven werd ook wel gesproken over het 4×4-principe: de eerste 4 uur een grote chaos; de eerste 4 dagen blijft het erg wennen!; de eerste 4 weken is iedereen een klein beetje gesetteld; na de eerste 4 maanden is iedereen echt gewend aan de nieuwe huisvesting en werkconcept.

De eerste vier uur waren inderdaad een klein beetje chaos. Iedereen was opeens ontzettend vroeg aanwezig, de meeste werkplekken waren al voor acht uur bezet! (bijna ondenkbaar in gemeenteland) Zoals “afgesproken” hadden de collega’s van onze afdeling een werkplek op de bovenste verdieping geclaimd. De eerste vier dagen bleken inderdaad ook erg wennen, maar het normale werk ging wel gewoon weer door. En na de eerste week – en zeker na vier weken – voelde ‘het nieuwe werken’ al helemaal niet meer zo nieuw. Zelf zoek ik vaak nog wel ergens een plekje op de bovenste verdieping van het nieuwe stadskantoor, of op de vierde verdieping van het gerenoveerde stadhuis, omdat dit lekker vertrouwd voelt en hier ook veel van m’n directe collega’s van de afdeling zitten.

Wat ik leuk vind aan het nieuwe concept is dat ik nu regelmatig naast mensen zit die ik nog niet kende en in het oude stadskantoor waarschijnlijk nooit was tegengekomen.

Van nieuwe stadhuis naar thuiswerken

Sinds vorige week ontmoet ik niet meer zoveel nieuwe collega’s.
Toen ik twee weken geleden op donderdagmiddag naar huis heen reed, leek er nog niet zo gek veel aan de hand te zijn. Maar zondagavond kreeg ik een berichtje dat iedereen vanaf maandag thuis moest werken i.v.m. de coronamaatregelen.

Erg balen, met name omdat een aantal onderdelen van m’n opdracht hierdoor niet meer door konden gaan. Maar ook erg goed dat deze maatregelen genomen zijn.

Maandag kon ik nog snel even een half uurtje naar kantoor om een token op te halen, zodat ik toegang krijg tot de digitale werkomgeving, om überhaupt thuis te kúnnen werken.

Ik ben nu anderhalf week aan het thuiswerken en ik voel me nu soms al als Tom Hanks in de film Cast Away (alleen dan zonder Wilson). Ik heb al gemerkt dat telefonisch vergaderen met meerdere mensen absoluut niet werkt, maar Skype en Zoom bieden een goede uitkomst.

Ik ben benieuwd wat de komende weken nog gaan brengen…

De unieke positie als trainee

Annelot van Rooij

Zoals je hebt kunnen lezen in de blogs van de andere trainees werken we al een tijdje voor de Twentse overheid. In de afgelopen maanden heb ik veel geleerd over de gemeente als organisatie, en hoe het politiek, bestuurlijk en ambtelijk in elkaar steekt. Ik kom er beetje bij beetje achter waar mijn interesses liggen en waar juist niet. Waar ik energie van krijg en waar ik compleet op leegloop.

Ik ben in september begonnen bij de Gemeente Enschede op de afdeling strategie en beleid van het sociaal domein. Ik houd mij hier deels bezig met de transformatie van het sociaal domein en deels met losse opdrachten op het gebied van jeugd. Zo ben ik onder andere betrokken bij een nieuwe manier van werken rondom jeugdbeschermingstafels. Door deze opdracht zie ik meer van de uitvoering en casuïstiek waardoor ik erachter ben gekomen dat dat één van mijn interesses is. Daarnaast heb ik ook veel geleerd over wat mij niet ligt, ook goed om te weten al is het natuurlijk leuker om bezig te zijn met dingen waar je enthousiast over bent. Ik hecht veel waarde aan efficiëntie en resultaat. Mensen die dit van mij weten hebben wel eens de grap gemaakt waarom ik dan bij de overheid ben gaan werken. Maarja, als je het zelf niet meemaakt dan kan je er geen vooroordeel over hebben verteld mijn antropologen logica mij. Uiteindelijk moet ik bekennen dat ik nu uit eigen ervaring kan zeggen dat ik onderstaande strip zelf ook ervaar. Deze wil ik jullie daarom niet onthouden:

Ik merk dat ik nog niet helemaal op mijn plek zit. Dat is natuurlijk balen, maar hier leer je ook van. Het heeft even geduurd maar deze situatie heeft mij ook weer nieuwe mogelijkheden gegeven. Ik wil daarom graag vertellen over mogelijkheden die je hebt in je unieke positie als trainee.

Plussen en minnen

Voor mij zitten er plussen en minnen aan het hebben van de positie als trainee. Zo krijg ik nog regelmatig de vraag wat voor studie ik doe of wanneer mijn stageperiode is afgelopen. Nee, wij zijn geen stagiaires. Daarnaast lijkt het voor sommige collega’s lastig in te schatten wat je wel of niet bij een trainee neer kan leggen. Anderzijds geeft het zijn van een trainee je ideale mogelijkheden en kansen. Eén van de pluspunten aan het zijn van trainee zijn natuurlijk de trainingen die wij op vrijdagen doen. Zo heb ik nu dingen geleerd die ik anders nooit had gedaan, en heb ik mensen leren kennen die je anders niet snel tegen komt. Een voorbeeld daarvan was afgelopen vrijdag toen we in Zwolle alle trainees in dienst van een overheidsorganisatie uit de regio hebben ontmoet. Hier heb ik kennis gemaakt met trainees die werken voor gemeenten waar ik nog nooit van had gehoord, en heb ik van ideeën gewisseld met iemand die dezelfde studie heeft gedaan waardoor we heel duidelijk op één lijn liggen qua wat we nu zien in het werk. Super leuk om dat zo te kunnen delen! Sowieso vind ik het hebben van de eigen groep trainees ook een groot pluspunt van het traineeship. Je zit allemaal in hetzelfde schuitje en dan is het heerlijk om op elkaar terug te kunnen vallen als je ergens tegenaan loopt of juist met elkaar te delen hoe alle organisaties verschillen van elkaar.

Nieuwe mogelijkheden

De laatste weken heb ik de ruimte gekregen om er zoveel mogelijk achter te komen waar mijn interesses liggen binnen de overheid, nog een pluspunt van de positie als trainee. In mijn opdracht fascineert vooral het snijvlak met de uitvoering mij, dus daar ben ik mij op gaan focussen. Zo heb ik allerlei mailtjes gestuurd om met mensen kennis te maken die op dit snijvlak werken. Ondertussen heb ik daardoor gesprekken gehad met een wijkteammanager, een transformatiecoach, en mensen van HR, de Provincie, Kennispunt en Veilig Thuis. Verder heb ik nog verschillende gesprekken gepland staan met een werknemer van de GGD en iemand die vanuit Saxion bij de Werkplaats Sociaal Domein werkt. Zo krijg ik steeds meer een beeld van welke functies er bestaan en waar mijn ambities liggen, ook kan ik dan direct op verschillende plekken polsen of ze eventueel een trainee zouden willen aannemen voor een volgende periode. Daarnaast zijn Linda, Steven, Danique en ik als trainees die bij de Gemeente Enschede werken gevraagd om wat te vertellen over onze ervaringen aan de burgemeester, gemeentesecretaris, loco-gemeentesecretaris en de wethouder. Het was fijn om te merken hoe erg onze mening gewaardeerd werd. Dat is echter niet het enige dat ik uit deze presentatie heb gehaald, de burgemeester vroeg mij ook direct of ik een dag met hem mee wil lopen. Daar zeg ik natuurlijk geen nee tegen, dus volgende week mag ik zelf meemaken wat een burgemeester van Enschede nou eigenlijk de hele dag doet. Al met al; als je zelf initiatief neemt kan je als trainee heel veel ontdekken en je netwerk vergroten.


“Alles went, maar blijf je verwonderen!”

Danique Kreeft

We zijn ruim 5 maanden onderweg in het traineeship. Mijn eerste opdracht begon in september bij de gemeente Enschede. Ik maak deel uit van het netwerk DIA: Dynamische Investeringsagenda. DIA richt zich vooral op het fysieke domein, maar ook het sociaal domein neemt een rol in. Het unieke aan mijn opdracht is dat ik ook voor de woningbouworganisaties werk. DIA is namelijk een nieuwe manier van samenwerken tussen de gemeente en de corporaties in Enschede. De gemeente en corporaties hebben grote opgaven in de wijk, maar minder geld te besteden. Ze zien dezelfde kansen en urgenties en willen hun plannen en investeringen bundelen om van 1+1 drie te maken. Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Niet alleen op praktisch niveau, ook op strategisch en tactisch niveau. Het documenteren van de belangrijke lessen die tot nu toe zijn opgedaan, kon echter beter. Dit is daarom één van mijn deelopdrachten: een handboek schrijven met daarin de belangrijkste lessen die zijn opgedaan tijdens het proces. Ik vind het erg leuk om deel uit te maken van dit netwerk, omdat ik op veel verschillende plekken kom en met veel verschillende disciplines te maken heb. Dynamisch is het zeker!

Sommige trainees kijken al met een schuin oog naar de volgende opdracht die over 3 maanden van start gaat. Anderen zitten juist midden in hun opdracht en zijn zo goed als ingeburgerd in gemeenteland. Met deze gedachte begon ik terug te blikken op de afgelopen periode. Iedereen is bewust of onbewust tig ervaringen rijker. Het leek me daarom een goed moment om alle nieuwe ervaringen eens op een rijtje te zetten. Leuk voor de huidige trainees samen terug te blikken en leuk voor toekomstig trainees om te zien wat er bij een traineeship aan ‘eerste keren’ komt kijken.

Ready? Hier komt ‘ie:

De eerste keer alle medetrainees ontmoeten. Toen aftastend, nu alsof we elkaar al jaren kennen;
De eerste keer toegangspasjes/werktelefoon/iPad ophalen. Nu gewend aan het gewicht in mijn tas;
De eerste keer kennismakingsgesprekken met collega’s. Toen zenuwachtig, inmiddels vertrouwd;
De eerste keer naar kantoor De Noordmolen in Enschede;
De eerste keer mijn opdracht(en) en bijbehorende opdrachtgevers afbakenen;
De eerste keer naar het Stadskantoor in Enschede. Niet als burger, maar als werknemer;
De eerste keer op vrijdag naar de Regio voor een training met alle trainees;
De eerste keer naar het stadhuis. Toen hulp nodig om de weg te vinden, nu een bekende omgeving;
De eerste keer beginnen aan het schrijven van een collegevoorstel. Inmiddels training in gekregen;
De eerste keer coaching van Judith. Gezellig, verhelderend en handig voor het invullen van je POP;
De eerste keer koffie uit onze automaat. Toen een onwennige smaak, nu lichtelijk verslaafd ;
De eerste keer naar het kantoor van De Woonplaats. Ook daar werken collega’s van mij;
De eerste keer ‘nee’ antwoorden op een vraag van een collega. Prioriteren ga je leren;
De eerste keer naar een netwerkborrel met onze trainee groep;
De eerste keer een startgesprek voeren met mijn begeleidster en onze coördinator Marlies;
De eerste keer naar het kantoor van Domijn. Werken in de foodhallen is leuk en prettig;
De eerste keer intervisie met medetrainees… of een poging tot. Niet alles loopt direct soepel, haha;
De eerste keer in overleg met leden van een bewonersplatform;
De eerste keer hulp vragen aan mijn begeleidster tijdens onze wekelijkse afstemming;
De eerste keer een gesprek met de burgermeester. Onze verwonderingen en tips delen;
De eerste keer thuis werken. Ja ook dat is af en toe een mogelijkheid;
De eerste keer een overleg met de gemeentesecretaris;
De eerste keer ‘jeukwoorden’ horen. Toen nog geen idee dat het een jeukwoord was (google maar);
De eerste keer een raadsvergadering bijwonen. Als ambtenaar zijnde;
De eerste keer op teamuitje met de afdeling. Een leuke manier om iedereen beter te leren kennen;
De eerste keer de fietsgarage in. Dit is best een klus zonder handremmen;
De eerste keer hoofdpijn. De eerste werkweek was een informatieoverdosis. Nu geen last meer van;
De eerste keer een brainstormsessie bijwonen. Inmiddels de resultaten ervan gezien;
De eerste keer een verjaardag vieren op werk;
De eerste keer een compliment ontvangen. Niet onbelangrijk;
De eerste keer om tafel met een wethouder. Het zijn net mensen;
De eerste keer resultaten zien in de praktijk. Bijvoorbeeld de opening van het buurthuis in de wijk;
De eerste keer opbouwende feedback krijgen. Heel waardevol;
De eerste keer een midden evaluatie gesprek voeren. Met twee begeleidsters, mijn oude en nieuwe;
De eerste keer stress hebben als ambtenaar, we zijn echt wel druk hoor;
De eerste keer oud trainees ontmoeten. En horen op welke coole plekken ze nu werken;
De eerste keer werken aan een flying trainee opdracht. Biedt afwisseling en een ander perspectief;
De eerste keer een presentatie maken en houden op strategisch en tactisch niveau;
De eerste keer een inloopbijeenkomst organiseren voor bewoners op operationeel niveau;
De eerste keer in gesprek met een kritische bewoner. Toen struikelend over mijn woorden, nu relaxt;
De eerste keer nieuwe collega’s welkom heten op de afdeling, maar ook collega’s uitzwaaien.

Zo, dit was een greep uit alle nieuwe ervaringen als trainee bij de gemeente Enschede. Voor deze maand staat een bezoek aan de Provincie op de planning, weer een ‘eerste keer’! Als ik de lijst bekijk, dan is dat wel een realisatiemomentje. Ik heb de helft van de tijd niet door hoe veel ervaringen ik heb opgedaan in deze korte periode en hoeveel er in de toekomst nog bij zullen komen.

En een laatste realisatiemoment… uiteindelijk went alles, maar je kunt je blijven verwonderen! ?


Tijd voor bezinning

Marieke Legtenberg                                                             

Halverwege januari zijn we over de helft van de eerste opdracht. Tijd voor reflectie!
‘Hoe gaat het? Is het traineeship een goede keuze geweest? Voel je je thuis bij de gemeente van de eerste opdracht? Waar wil je nog in ontwikkelen? Is de opdracht leuk? Wat wil je als volgende opdracht doen? Wat is positief bij de gemeente en wat juist niet? Wil je überhaupt wel bij een gemeente werken?’
Allemaal vragen die door menig traineehoofd zijn gegaan. De kerstvakantie was dan ook een goed moment om bij te komen, over al deze vragen na te denken en met antwoorden het nieuwe jaar te beginnen.

Ook ik heb de kerstvakantie gebruikt om na te denken over de bovenstaande vragen. Hoe sta ik hier zelf in? Aan het begin van het traineeship moesten we een voorstelstukje schrijven, waarin mijn quote was: ‘Om ergens te komen moet je eerst besluiten niet te blijven waar je nu bent’. Dat heb ik gedaan! De laatste maanden zijn er veel dingen veranderd: verhuizen van de Achterhoek naar Twente en van studeren naar werken; mijn leven ziet er opeens totaal anders uit.

Van tevoren zijn er altijd ideeën over hoe werken bij de gemeenten er aan toe gaat: mensen die al dertig jaar hetzelfde werk doen, het gebrek aan veranderingen, het bureaucratische van overheidsorganisaties, de ideeën over ambtenaren die voornamelijk uit het raam kijken etc. Ook ik had dergelijke ideeën. Natuurlijk zijn er beelden die bevestigd worden, maar zou dat zo verschillen met bedrijven? Ik vraag het me af! Ik merk juist dat er veel collega’s zijn met een grote maatschappelijke betrokkenheid en een passie voor wat ze doen. Collega’s die het heel druk hebben, die open staan voor alle ideeën en die om de paar jaar een andere functie hebben. Wat wel een verschil is met bedrijven, is het bureaucratische. Iedereen moet overal wat van vinden, dus er gaat wel wat tijd over heen voordat een besluit genomen is. Maar zoals het spreekwoord luidt: ‘Geduld is een schone zaak’. Dat moeten we dan maar gewoon hebben.

Door zelf te werken bij een gemeente, ga je ook anders tegen de werkzaamheden van een gemeente aankijken. Wat zijn de taken van een gemeente eigenlijk? Sommigen zien de gemeente als bank, waar je geld uit kan halen om je eigen projecten te realiseren. Anderen zien de gemeente als organisatie die alles maar moet regelen. Ook binnen het gemeentehuis zijn er vragen over wat precies taken van de overheid zijn. In de afgelopen vier maanden heb ik wel gezien dat het gemeentebudget helaas niet toereikend is om alles te financieren. Er moeten ook door de maatschappij dingen gerealiseerd worden. Om er nog maar een quote in te gooien: ‘Samen bereik je meer dan alleen’.

Tot nu toe kijk ik vooral positief terug op de afgelopen vier maanden. Ik heb me bij gemeente Twenterand bezig gehouden met data-analyse van het platteland. Terugkijkend zou het fijn zijn als mijn hersens wat vaker heel hard moesten werken en de opdracht meer mogelijkheden bood om samen te werken met collega’s. Ook zou het prettig zijn dat alle collega’s van elkaar weten wat ze doen, waardoor informatie sneller te achterhalen is. Toch overheersen de positieve ervaringen. De mogelijkheden om met iedereen te praten, overal mee te kijken, de goede sfeer, alle nieuwe mensen die je leert kennen en de leerzame en gezellige trainingen op de vrijdagen compenseren de mindere aspecten. Na deze bezinning kan ik de conclusie trekken dat het traineeship een goede keuze was, ik erg op mijn plek zit en zin heb in de komende tijd!


Ontwikkelen als trainee

Mathijs Struijk

 

 

 

Het trainee-leven van Kalina Vrieze

Van “Er gaat niets boven Groningen” naar “Trots op Twente”

Sinds de zomer is alles nieuw voor mij: ik ben geen student meer, maar officieel ambtenaar, ik woon niet meer in mijn kamer in Groningen, maar ik woon in een echt huis in Twente en ik ga elke dag om 6 uur uit bed, terwijl ik absoluut geen ochtendmens ben. Vroeg opstaan deed ik voorheen gewoon uit principe niet en nu probeer ik het elke ochtend. Waarom vraag je je af…

Precies een jaar geleden studeerde ik af aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ik heb Geschiedenis gestudeerd met een focus op Midden- en Oost-Europa en Rusland. Tijdens mijn studie heb ik altijd gezocht naar leuke uitdagingen; ik heb bijvoorbeeld gestudeerd in Moskou en stage gelopen bij het Consulaat-Generaal in Sint Petersburg. Naast mijn studie – en nu ook naast mijn werk – volgde ik Russische taallessen.
Na het afronden van mijn studie ging ik een maand naar Siberië voor taal- en cultuurlessen.
Toen ik weer terug kwam in Nederland ging ik werken in een buurtkroeg. Al snel miste ik daar de uitdaging. Ik kwam er achter dat ik mij wil inzetten voor een fijnere samenleving. In welke functie en op welk beleidsterrein wist ik nog niet. Een breed traineeship bij de overheid sloot perfect aan op mijn wensen én vraagtekens. Ik besloot te solliciteren op het traineeprogramma van de Twentse Overheid en zodoende ben ik nu hier!

Op 9 september 2019 begon ik op mijn nieuwe werkplek in het gemeentehuis van Twenterand.
Ik zit op een (vaste) flexplek tegenover mijn collega-trainee Marieke. Aan mij was de opdracht om vooruitlopend op de ‘Omgevingswet’ een visie op het cultureel erfgoed te schrijven.
Na een paar interne gesprekken en het lezen van verschillende documenten dacht ik: “hier ben ik over drie maanden mee klaar”. Niets blijkt minder waar.
Als mijn opdracht een studieopdracht was geweest, was het in drie maanden gelukt, maar ik heb te maken met echte mensen. En echte mensen hebben zeer uiteenlopende wensen, dus die drie maanden heb ik niet gehaald. Oftewel, eigenlijk zit ik hier perfect op mijn plek, want ik heb weer een goede uitdaging gevonden.

De sfeer in het gemeentehuis in Vriezenveen is erg goed. Aangezien deze gemeente relatief klein is, zijn de lijntjes kort. Ik kom bijna wekelijks bij de wethouders, regelmatig maak ik een praatje met de gemeente secretaris en ik loop gemakkelijk binnen bij collega’s van andere afdelingen.
Flexen is hier niet echt een ding, maar even (inhoudelijk) ergens buurten gebeurt zeer regelmatig. Wandelen doet de Twenterandse ambtenaar ook graag. In kleine of grote groepjes het rondje links- of rechtsom lopen, onderweg steeds “hoi” zeggen tegen collega’s en even wat lekkers halen in de Jumbo – het voelt bijna alsof ik weer op de middelbare school zit.
Na een dag hard gewerkt te hebben, zeggen we dat tegen elkaar en wens ik mijn kamergenoot op dinsdag vaak al een fijn weekend (ik werk vaak thuis op woensdag, zij is donderdag vrij en ik ben vrijdag niet in Vriezenveen).

Na vier dagen gewerkt te hebben aan mijn opdracht vind ik de trainingen op vrijdag een fijne afwisseling. Als traineegroep zijn we bijvoorbeeld twee dagen bezig geweest met de methode om een egotrip om te zetten in een egostrip. De belangrijkste vraag daarbij is “wat zijn je behoeften?”. Verder hebben we een uitgebreide e-learning gedaan over de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en werd het belang van kennis over de AWB onderstreept tijdens een dag vol voorbeelden door een interessante gastdocent.
Twee weken geleden deden we het simulatiespel “hoe werkt de gemeente?”, waarbij alle trainees in vijf ronden verschillende rollen vervulden die belangrijk zijn in het besluitvormingsproces in de gemeente. Zo was ik bijvoorbeeld raadslid, directeur fysiek domein en wethouder economische zaken.
Vorige vrijdag hadden we intervisie. Tijdens de intervisiemomenten delen we ervaringen en proberen we elkaar te helpen. Aangezien het bijna kerst is, hebben we er ook meteen een gezellige middag van gemaakt met een heerlijke lunch en een cadeautjesspel.

Het simulatiespel “hoe werkt de gemeente?” deden we in de raadszaal in het stadhuis van Enschede

 

Hier bereid ik mij – als wethouder – voor op het raadsdebat

 

Tot nu toe bevalt Twente en het volwassen, werkende leven mij zeker niet slecht.
Soms is het zwaar: een nieuwe omgeving, een nieuw ritme en een project dat niet altijd loopt zoals ik dat zou willen, maar tegelijkertijd doe ik ontzettend veel ervaringen op, ontmoet ik elke week weer interessante mensen, maak ik mij nieuwe perspectieven eigen en kom ik op plekken waar ik voorheen nooit kwam en voer ik gesprekken die ik voorheen nooit voerde.

Als ik de balans opmaak ben blij dat ik de stap richting Twente en dit traineeship heb gezet!


Het ‘echte werk’

Nienke Dannenberg

Het is inmiddels halverwege november, dit betekent dat ik nu een dikke twee maand voor de gemeente Almelo werk aan mijn opdracht, het opstellen van een integrale preventieagenda voor het programma zorg. In deze blog vertel ik hoe ik mijn werk tot nu toe ervaar.

Tot hilariteit van mijn collega’s had ik de eerste paar weken ’s ochtends vaak het gevoel ‘yay, ik mag weer vandaag!’ Ik had alle rust en tijd om me te verdiepen in het onderwerp (publieke) gezondheid, iets wat me altijd al geboeid heeft. Daarnaast waren er kennismakingsgesprekken met collega’s, waarbij ik met ze praatte over preventie. Kortom, alles was nieuw, interessant en leuk.

Die wittebroodsweken zijn definitief voorbij. Het ‘echte werk’ is begonnen. Waar je als student nog een relatief duidelijk eindproduct had waar je naar toe moest werken, moet je als trainee zelf je eindplaatje vormgeven en de regie nemen. Dat gevoel van zoekende zijn naar wat jouw rol is, is soms lastig, zeker als je iemand bent die van duidelijkheid houdt zoals ik. Maar hé, ik heb voor dit traineeship (en ook specifiek voor deze opdracht) gekozen omdat ik mezelf wilde uitdagen. Dat is in ieder geval gelukt, ik ben een beetje uit mijn comfortzone en dat is heel leerzaam. Wat ik zelf prettig vind, is dat je als trainee tegelijk met een aantal anderen start, je kunt zo je ervaringen vergelijken. Uit onze gesprekken bleek dat andere trainees ook zoekende zijn/waren. Het is blijkbaar ‘normaal’ om even te zwemmen als je een nieuwe opdracht krijgt. Krijg vooral niet het idee dat we als trainees elke keer bij elkaar komen om te klagen over hoe zwaar ons leven is, want dat valt reuze mee.

Toen ik een aantal weken bij de gemeente Almelo werkte, realiseerde ik me dat ik het heel leuk zou vinden een klein, concreet project te doen naast mijn preventie-opdracht (die een wat hoger abstractieniveau heeft). Dit concrete project werd me vlak daarna in de schoot geworpen: mijn begeleider had ondersteuning nodig bij het realiseren van een project dat gerelateerd is aan preventie. Ik mocht onder andere de concept memo herschrijven tot de versie die besproken zou worden met wethouders en vervolgens een collegevoorstel opstellen. Als ik dacht aan het ‘echte werk’ van een ambtenaar, zag ik wel vaak zoiets voor me. Want hoe formuleer je een beleidsstuk? Hoe zorg je dat je wel transparant bent en een goed overzicht geeft, zonder dat je langdradig wordt en de bestuurders lastig valt met te veel details? Daarnaast is het project nog werk-in-uitvoering. Dit betekent dat je in je beleidstekst ruimte moet houden voor kleine veranderingen omdat nog niet alles vast staat. Dus je moet ‘vaag’ formuleren en tegelijkertijd duidelijk zijn. Daar kon ik bij dit project mooi mee stoeien, een leuke uitdaging. Ik vind het heel leuk dat ik tijdens mijn traineeship die verantwoordelijkheid krijg. Acht weken nadat ik begonnen was met werken voor de gemeente Almelo zat ik al samen met mijn begeleider bij een aantal wethouders aan tafel om een plan te bespreken. Het is niet zo dat ik daar dan voor spek en bonen bij zit, maar ze kijken dan ook echt naar mij voor bepaalde informatie.

Wat dit traineeship voor mij ook interessant maakt, is dat ik persoonlijk ervaar dat niet alles loopt zoals je verwacht als je aan een opdracht werkt. Ik heb wel eens een dag gehad waarbij iets voor mij zo in het honderd liep dat ik om 12.00 uur dacht: ‘ik ga naar huis’. Maar goed, dat kan natuurlijk niet als verantwoordelijke volwassene, dus ik heb troost gezocht bij mijn collega’s en de zak apenkoppen die op de afdeling lag.
Achteraf gezien zijn die momenten juist de momenten waarop je het meest leert en waardoor je het gevoel krijgt dat je bezig bent met het ‘echte werk’ en niet zomaar een (afstudeer)projectje doet los van de rest van de organisatie. Het ‘echte werk’ gaat namelijk over meer dan alleen de inhoud. Het gaat ook om tact, voelsprieten hebben voor onderlinge verhoudingen en ‘bestuurlijk sensitief’ zijn zoals dat zo mooi heet. Het voordeel van het trainee-zijn is dat je gemakkelijk om hulp kunt vragen als je denkt dat iets tricky wordt. Je draait wel mee als werknemer, maar niemand verwacht dat je alles al weet of kunt, je bent er tenslotte om te leren.

Een ander voordeel van het trainee-zijn is, dat je af en toe wat anders kan doen dan het ‘echte werk’.
Zo nam ik samen met een paar andere trainees deel aan een training van Veiligheidsregio Twente. Daar hadden ze trainees nodig om ‘het de telefonisten van het crisisnummer lastig te maken’. We zaten met drie trainees te bellen. We moesten doen alsof we boos waren, in paniek waren, informatie nodig hadden, of we moesten gewoon proberen de lijn zo lang mogelijk bezet te houden met nutteloos geklets. Dat, en de gezelligheid van de andere trainees, was voor mij een leuke afwisseling.

Kortom, het ‘echte werk’ heeft (in mijn geval) ups en downs, maar is juist daarom heel leerzaam en interessant.


Een dag uit het trainee-leven van Linda Masselink

Begin september ben ik begonnen als trainee beleidsadviseur bij gemeente Enschede. Samen met drie collegae vorm ik hier het kernteam voor de evaluatie van het evenementenbeleid.

Graag neem ik jullie mee in mijn werkdag van maandag 7 oktober (11:00-21:30 uur).
Je snapt natuurlijk dat ik bewust voor een blog van deze dag heb gekozen om te laten zien dat ambtenaren ook echt wel langere dagen kunnen maken dan van 09:00 tot 17:00 uur. Af en toe.

Even om de context te schetsen: ik had mijzelf uitgenodigd voor een avondbijeenkomst en wist dus dat deze dag een latertje zou worden. In mijn agenda stond mijn eerste afspraak echter pas om 11:00 uur gepland, dus het besluit om ook pas dan te beginnen met werken was snel gemaakt. Niet verkeerd na een weekend dacht ik zo.

In de bus onderweg naar werk bleek dit al snel niet een van mijn beste ideeën. Ik keek vluchtig op mijn werktelefoon (die ik weekends niet bekijk) en zag al meteen: oké veel mails gemist.
Als je om 10.45 uur op je werk aankomt en om 11.00 uur je eerste afspraak hebt staan, heb je ook geen tijd meer om al deze mails nog vóór die afspraak te behandelen. Niet een heel tactisch begin van de week: leerpuntje voor de volgende keer.

Van 11:00-12:00 uur had ik dus mijn eerste afspraak:’bijeenkomst kernteam evaluatie evenementenbeleid’. Ik was hiervoor best zenuwachtig. Waarom? Nou, de eerste bijeenkomst ging ik eigenlijk in met een houding van: ik ben trainee, ik ben nieuw, ik laat het gewoon allemaal op mij afkomen.
Zei iemand iets over een leerdoel regie nemen? Een afwachtende houding bleek niet helemaal de bedoeling. Van mij werd eigenlijk verwacht dat ik zou gaan fungeren als een soort spin in het web, als projectleider. Oké oké, spannend! Dus vandaag was de tweede bijeenkomst, ik ben nog steeds trainee, nog steeds nieuw, maar deze keer ga ik het niet allemaal op mij af laten komen. Ik deed een dappere poging de regie in handen te nemen. Ik had een agenda gemaakt en de bijeenkomst voorbereid, dus het begin was er. Toch sneeuwde mijn rol als projectleider vrij vlot alweer onder. Ontwikkelpuntje dan maar?

Om 12:00 uur stond ‘Keek op de Week’ op het programma. Dit is een half uurtje dat geleid wordt door Leo, afdelingshoofd Beleid en Strategie, waarbij belangrijke ontwikkelingen, dingen die spelen en personeelszaken worden besproken. Deze keer echter niks van meegekregen, want ja.. ik moest dus mails beantwoorden: er zaten urgente mails bij. Sorry Leo!

13.00-14:00 uur gesprek over de Strategische Opgaven van Enschede. Deze afspraak had ik ingepland op advies van mijn begeleider. Het leek haar een goed idee om meer te weten te komen over de strategische opgaven van Enschede met betrekking tot het evenementenbeleid.
Mijn eerste vraag van het gesprek was dan ook: ‘wat kan je mij vertellen over de strategische opgaven van Enschede en dan met betrekking tot het evenementenbeleid?’. Antwoord: ‘Nou, gerelateerd aan het evenementenbeleid eigenlijk niks’. Perfect, hebben we dus niks aan dacht ik. Toch bleek het tegendeel waar en heb ik veel aan het gesprek gehad. Misschien niet gerelateerd aan het evenementenbeleid, maar het is sowieso goed om kennis te hebben over de strategische opgaven van de stad waar je werkt. Bovendien interessant om te horen wat deze functie allemaal inhoudt!

Om 14:30 uur had ik mijn eerste gesprek met de opdrachtgever, begeleider en Marlies (coördinator van het traineeship). Dit gesprek diende als kennismaking en was tevens bedoeld om verwachtingen uit te spreken van beide partijen en mijn leerdoel te bespreken. Surprise surprise, mijn leerdoel was, niet bang zijn de regie te nemen en vertrouwen te hebben in mijzelf als werknemer. Mijn opdrachtgever en begeleider waren het nog niet opgevallen dat dit een uitdaging voor mij is en gaven aan tot nu toe tevreden te zijn met mijn manier van werken. Ey! Maar dat is mooi ?!

Om 18.30 uur stond mijn laatste afspraak van de dag op het programma: herijking citymarketing visie deel 2. Ik had bedacht langer door te werken om daarna meteen door te gaan naar deze bijeenkomst. Gevolg: vóór 18:00 uur zat ik helemaal met me, myself and I op het kantoor.

Om 18:00 uur liep ik naar de Twentsche Foodhall waar om 18.30 uur de bijeenkomst van start zou gaan. Eenmaal aangekomen was het donker. Te donker. Was ik dan echt zó vroeg? Ik besluit een telefoontje te plegen. ‘Waar ben je? Foodhall? Och nee, we zitten in U park hotel, op de campus van de UT! Vergeten door te geven, sorry!’. Dus, op naar het U park hotel. 19.00 uur kwam ik de bijeenkomst, die al begonnen was, binnenlopen. Er was nog één stoel vrij, juist: helemaal vooraan.

Om 21.30 uur was de bijeenkomst afgelopen. Ik werd opgehaald en met een beetje fantasie kom je op de terugweg toevallig langs de MAC. Meant to be? Wat mij betreft een perfecte manier om deze dag mooi af te sluiten.



Introductieweek trainees 2019 – 2021

Een goed georganiseerde introductieweek voelt als een warm bad voor een groep nieuwe trainees. Tijdens deze introductieweek zijn we bekend geworden met een aantal verschillende gemeenten, hebben we een klein netwerk opgebouwd en hebben we vooral elkaar goed leren kennen. We nemen jullie mee in hoe zo’n week er bij Regio Twente uit ziet!

Maandag 2 september 2019
Goor

Sommigen van ons hebben nét te horen gekregen dat de scriptie voldoende is beoordeeld,
sommigen hebben net het diploma in ontvangst mogen nemen, voor anderen een nieuwe job.
Na een spannende sollicitatieprocedure en afronding van opleidingen mag het dan nu beginnen! Om 10:00 uur meldden we ons in het gemeentehuis van het Hof van Twente. Een prima tijd op de maandagochtend. Eindelijk ontmoeten we elkaar (trainees) en aan deze kennismaking is voldoende aandacht besteed, onder begeleiding van Marlies Bodewes en Judith Westendorp. Zo doen we verschillende kennismakingsspellen en vertellen elkaar over onszelf. Veel nieuwe indrukken dus, even laten bezinken tijdens een lunch!

Om 13:00 uur maken we kennis met de projectleden rondom het traineeprogramma. Dit doen we in vorm van speeddates. Al direct blijkt twee minuten per gesprek te kort, oké, vijf dan. Nog steeds kort, beide partijen zijn nieuwsgierig. Ook de gemeentesecretaris van Hof van Twente, Dennis Lacroix, schuift aan. De eerste stenen van ons jonge en nog kleine netwerk, zijn gelegd. Na het speeddaten neemt Dennis ons mee in de gang van zaken bij het Hof van Twente. Hij vertelt over de gemeente, over zijn taken en over de uitdagingen binnen de gemeente. Om 16:30 uur eindigt onze eerste officiële dag.

Maar eerst: groepsfoto! Meet the trainees of 2019-2021.

Dinsdag 3 september 2019
Enschede en Oldenzaal

De ochtend begint in Enschede, stadhuis. De vraag vooraf was: neem jullie fietsen mee. Lekker, naar buiten! Hans Koning ter Heege – stadsdeelmanager Enschede Centrum – vertelt ons meer over stadsdeelmanagement: wat houdt dit in en waarom werkt de gemeente Enschede op deze manier? Na een uurtje pakken we de fietsen en gaan we de stad in. Af en toe stoppen we en vertelt Hans iets over de stad. Hierna gaan we naar de plek waar we allemaal bekend zijn omdat de sollicitatiegesprekken hier plaatsvonden: het Twentehuis. Er staan praktische zaken op de planning: installeren van mobiele telefoons en laptops, waarna wederom een lekkere lunch.

De middag brengen we door in Oldenzaal. Hier worden we ontvangen door Rianne ter Bekke en oud-trainee Kate Snellens. Samen gaan we een centraal punt van Oldenzaal betreden: de St. Plechelmus-basiliek: 61 meter hoog, ruim 200 traptreden en twee leuke torengidsen die ons vol enthousiasme meenemen. Het uitzicht was prachtig! We vonden wat afgekloven botjes in de toren, lunchresten van de valken die de toren ook betreden. In Oldenzaal gaan we verder met het uitbreiden van ons netwerk door speeddates. We hebben interessante gesprekken onder het genot van een drankje.

Woensdag 4 september 2019
Hengelo en Vriezenveen

Laarzen aan en helmen op, want… we gaan de bouwplaats op. Het nieuwe stadskantoor van Hengelo is bouwkundig zo goed als af. Martin Fleer neemt ons mee naar het nieuwe gebouw, legt uit welke doelen het gebouw moet dienen, waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn en wat de binnenhuisarchitect van plan in, en waarom. Erg interessant om zo’n grootschalig project in de afrondingsfase te zien. Ook wordt het oude gemeentehuis gerenoveerd. Hierna gaan we de binnenstad van Hengelo in en wordt ons verteld wat de toekomstige plannen voor de stad zijn en waarom. Waarna: lunch. We concluderen dat het wennen wordt als we maandag onze eigen boterhammen met kaas weer eten. De lunch is deze week zo goed geregeld!

’s Middags gaan we naar Vriezenveen, gemeente Twenterand. De boodschap luidde: trek stevige schoenen aan. We gaan wandelen en fietsen door de Vriezenveense natuur en begeven ons naar de Fayersheide, een natuurgebied van ca. 10 hectare en restant van het ooit uitgestrekte veenlandschap. De bedoeling was om hierna naar het zonnepark (40.000 zonnepanelen) te gaan, helaas regende het zo hard dat we besloten terug te fietsen naar het gemeentehuis. Hier vertelden ze ons verder over het zonnepark en sloten we de dag af met een netwerkborrel.

Donderdag 5 september 2019
Buurse

Donderdag ontmoetten we elkaar in Buurse, de Pol. Hier blijven we overnachten. Deze tweedaagse zijn we begeleid door Judith Westendorp, onze coach voor de komende twee jaar. We doen verschillende teambuilding opdrachten – persoonlijke favoriet: twee teams, doel: beide proberen het leukste spel ooit te bedenken. Het winnende team had terecht gewonnen met het spel: spring-ring-bal. Wat? Je springt op de trampoline, speelt de bal door die iemand aangooit en afhankelijk van in welke ring je de bal raakt, krijg je punten. De tegenpartij mag proberen de bal uit de ringen te houden. Een nutteloos doch verplicht element van het spel: iemand moet langs de zijlijn hoepels draaien met beide armen. Als afleiding. Echt, het is leuker dan het klinkt, kijk zelf maar.

Tegen een uur of vijf ging Judith er vandoor. We hebben met de trainees samen gegeten en spelletjes gespeeld

(aanrader: De Weerwolven van Wakkerdam).

Vrijdag 6 september 2019
Buurse

Na het ontbijt gingen we verder met teambuilding, kregen we meer info over do’s and don’ts binnen het traineeship en bespraken we onze verwachtingen. Na de lunch ’s middags zit de introductie week er-op. We zijn het er allemaal over eens: het voelt alsof we elkaar al veel langer kennen én we hebben nu nog meer zin om aan de slag te gaan bij onze opdrachten! Daarmee kunnen we stellen dat de introductieweek een succes is geweest.

 

Extra

Schotse Highland Games
Beckum, Hengelo

Er zit een week op bij onze eerste opdracht. Tijd om elkaar weer te zien! En wel tijdens een Schotse Highland Games, georganiseerd door OE (Onderhoud Enschede).
Boomstammen gooien, pijl en boog schieten, steenwerpen, boomstam zagen, hamer zwaaien, whisky vaten rollen, tractors trekken, noem maar op. Tijd om onze brute krachten te laten zien!

Écht pijl en boog schieten, moeilijker dan je denkt… of boomstam doorzagen. Ook best zwaar. Maar de derde foto: lijkt best makkelijk, toch? Rondjes lopen met twee stammen. Oh ja: één stam weegt 35kg. De opdracht luidt: loop zoveel mogelijk rondjes in 90 seconden tijd… Spierpiiijn.

Ook in diezelfde categorie: tractor trekken. Waarbij ik me hardop afvroeg: ‘’Goh, wat weegt zo’n ding eigenlijk? 500, 600 kilo?’’ Waarop een voorbijganger reageert: ‘’1.300 kilo!’’. Dus…. Met z’n vieren, het team dat het snelst de tractor van a naar b trekt, wint. Wederom: spierpijn gegarandeerd.


Maar wat hebben we gelachen.

We zijn geëindigd op de 13e plek van de 14 teams, desalniettemin een poedelprijs ontvangen.
Wij zijn blij. Oh ja, en een creatieve Schotse outfit hoorde erbij. Dus besloten wij om geen kilt te dragen, maar om allemaal een Schots whisky merk op een shirt te tekenen.
Volgend jaar zijn wij er weer bij!

 

 

 

 

 

 



Trainees 2017 – 2019

 

Sociaal experiment Trainees 2017 – 2019

Mag ik je wat vragen? Eén tafel, twee onbekenden, vijf bijzondere gesprekken

Trainees Twentse Overheid presenteren: ‘The Interpersonal Closeness Experiment’

De trainees Twentse Overheid 2017 – 2019, zijn voor hun afsluitende project, bezig geweest met de uitvoering van het sociale experiment:
The Interpersonal Closeness Experiment’.

Waarom?

Onze trainees waren benieuwd naar de gesprekken tussen inwoners en bestuurders, zonder dat ze elkaar kennen. Het eindresultaat is een inspirerende mini-docu.

Het regionale project van onze trainees

Onze trainees zijn allemaal werkzaam binnen een Twentse gemeente en/of aangesloten regionale organisatie/samenwerkingsverband. Onderdeel van het traineeship is het uitvoeren van een regionaal project voor Twente.
Na verschillende inspiratiesessies en bijeenkomsten in de regio, hebben zij vastgesteld dat er behoefte is aan fijn en sociaal leven in Twente. Zij zijn ervan overtuigd dat het fijn leven is in Twente. Dit willen ze uitbeelden aan de hand van een documentaire die gebaseerd is op het experiment van Arthur Aron (1997).

Het experiment van Aron

In 1997 bedacht Arthur Aron een experiment, waarin twee onbekenden elkaar 36 persoonlijke vragen stellen. Aron stelde dat door middel van het stellen van persoonlijke vragen en de kwetsbaarheid die schuilgaat achter de antwoorden, participanten in een zeer korte tijd een intense band opbouwen.

Mini-docu: Kloof tussen inwoner en bestuurder

Soms wordt er geopperd dat er een kloof is tussen inwoners en lokaal bestuur. Is het daadwerkelijk zo erg gesteld? Onze trainees hebben dit getest door Arons experiment uit te voeren met inwoners en lokale bestuurders uit Twente. Pas achteraf werd de identiteit van de deelnemers bekendgemaakt. Na afloop van het experiment hebben zij de deelnemers gevraagd hoe ze het ervaarden en wat voor verwachting ze hadden van de gesprekspartner.

De ontmoetingen en gesprekken leidden tot bijzondere momenten, want uiteindelijk zijn we allemaal mensen met een eigen verhaal.
Het experiment is verwerkt tot een mini-documentaire.  Oordeel zelf over het eindresultaat!


BLOG’s



Shotgun

“The name is Shotgun and I want a shot of patrón, pour one for yourself as well”. Wacht. Zei hij dat zijn naam Shotgun is? En wat bestelde hij? Oke focus: Patrón. Waar staat de tequila ook alweer? Is het slim om shots te doen met een man die Shotgun heet? Kom op, wees geen mietje ter Denge.

“Shorty, what brings you up here? You sure as hell didn’t come here to play basketball!”.[1]

Shotgun en ik beginnen na de tequila een gesprek over Nederland en wat ik eigenlijk voor een maand in Amerika doe (“it’s a total escape, sir”). Shotgun vertelt luchtig dat hij net een week uit de gevangenis is voor mishandeling. Self-defence. Uiteráárd. Hij viert zijn freedom door met zijn Harley door Colorado te rijden. Al mijn aandacht is volledig op hem gericht. De andere gasten verdwijnen langzaam maar zeker naar de achtergrond. Helaas voor hen én voor mijn inkomsten die avond.

Zijn ouders emigreerden jaren geleden van Puerto Rico naar Amerika. Ze hadden niets meer dan een koffer vol kleding en misschien honderd dollar. Toch waren ze hoopvol. Banen werden gevonden. Slopende uren zorgden voor voedsel op tafel en een klein appartement in Chicago. In de daaropvolgende jaren had Shotgun – naast school – meerdere bijbaantjes. Hij maaide gras, bracht kranten rond en dacht zo dé formule voor succes en geluk gevonden te hebben. Als hij maar een goede opleiding deed, mensen eerlijk behandelde en harder werkte dan wie dan ook, dan zou alles in zijn leven goedkomen. Toen hij opgroeide en zijn carrière startte (‘swimming the sharks in the financial sector baby’) hanteerde hij dezelfde succes- en geluk formule. Hij voelde zich jarenlang ‘reasonably happy’.

De crisis van 2008 sloeg toe en het leven werd overweldigend. De constante veranderingen, ontslagen, de snelheid van het leven. Shotgun just couldn’t keep up. Hij voelde zich in de steek gelaten door zijn formule voor succes en geluk. Hard werken en ‘alles goed doen’ werkte niet meer. Nu was hij hier in deze bar, vers uit de gevangenis, geen huis, geen baan, geen toekomstplannen. “Mrs. Netherlands, please pour me another one, take one for yourself and wipe that look of your face. I’m fine”.

Die avond leerde ik dat er geen formule is voor het leven. Een perfecte baan, een huis, een eigen bedrijf of een partner vormen een illusie voor ons brein om structuur aan te brengen in een leven dat structuurloos is. Dus sla deze les ergens op, drink goede tequila en ga vanaf nu maar gewoon mee met de chaos. Het leven is zo slecht nog niet. Cheers!

Shotgun, if you’re reading this. You still owe me 37,- dollars not including tip.

Eva ter Denge, Trainee Regio Twente

 

[1] De schrijfster is 1.83m (ofwel 6 feet something).

 


Kantoortaal

                                                                                                                                                                  Maaike

In deze blog wil ik graag even iets tegen jullie aanhouden, namelijk kantoortaal. Hieronder staat mijn huidige opdracht geschreven in dit bijzondere taaltje. Stiekem vind ik het namelijk heel leuk om deze taal te beoefenen:

Op dit moment ben ik werkzaam bij de afdeling RMC (Regionaal Meld – en Coördinatiepunt) van de gemeente Oldenzaal. Het RMC heeft als corebusiness om tactisch regie te voeren op jongeren tussen 18 en 23 jaar en deze jongeren te monitoren in een sluitende regionale registratie. Bij het RMC ligt de focus op voortijdig schoolverlaters. Dit zijn jongeren die voor hun 23e van school zijn gegaan voordat zij hun startkwalificatie hebben behaald. De stip op de horizon van het RMC is dat er geen jongeren meer tussen wal en schip vallen, dat jongeren in hun kracht worden gezet en er maatwerk wordt geleverd.                      

Aangezien stilstand achteruitgang is, is het RMC bezig met een doorontwikkeling. Deze doorontwikkeling is een regionaal proces dat wordt beschreven in de Twentse Belofte. De bestaande aanpak moet kantelen en het is in de regio gewenst om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen om zo schooluitval te voorkomen. Om de uitvoering van de Twentse Belofte te borgen, de trajecten te bewaken en beslissingen vanuit de werkgroepen af te tikken is een stuurgroep in het leven geroepen. Om het doel van de Twentse Belofte tot uitvoering te brengen zijn er verschillende werkgroepen opgericht waarbij verschillende gemeenten aanhaken op de volgende thema’s: 18+ verzuim, thuiszitters, schooluitval en Pro/VSO. Deze werkgroepen sparren en leggen een ei over verschillende aanpakken met betrekking tot deze thema’s die vervolgens regionaal uitgerold zullen worden. 

Mijn opdracht binnen RMC en de Twentse Belofte is om te pionieren door aan de slag te gaan met een pilot. Een aantal jongeren zonder startkwalificatie zijn niet in beeld bij de gemeente Oldenzaal en mijn opdracht is om deze jongeren in beeld te brengen, hun behoefte te peilen en een monitorproces op te zetten. Daarnaast zal ik met verschillende personen brainstormen over hoe het vinden en benaderen van jongeren het beste aangevlogen kan worden. Deze twee dingen zal ik vervolgens terugkoppelen en uitwerken tot een plan van aanpak wat de Twentse Belofte betekent voor Oldenzaal.

Kortom: ik heb een keileuk project in Oldenzaal, ontmoet veel leuke mensen, leer veel gemeenten kennen en kan hopelijk een bijdrage leveren aan het waarmaken van de Twentse Belofte!

 


Rituelen en handen schudden

een hoofdstuk uit het boek ‘Iemand Koffie? – Etnografie van de gemeente Rijssen-Holten  geschreven door Stijn de Kleuver

 

Een van de meest bijzondere – en wat ik persoonlijke heb ervaren als enigszins ongemakkelijke – rituelen die ik heb mogen meemaken in deze organisatie is ‘Het Nieuwjaarsontbijt’.

Op de eerste werkdag in het nieuwe jaar wordt in deze organisatie traditioneel een ontbijt aangeboden aan alle medewerkers. Tijdens dit tafereel houdt de burgemeester een toespraak vol prachtige voornemens en wensen voor het komende jaar. De aanwezige medewerkers luisteren aandachtig, terwijl zij de bolletjes ham en kaas wegspoelen met melk, jus d’orange of koffie.

Als de laatste woorden van de burgemeester klinken, volgt er een luid applaus. Deze ovatie is niet alleen een afsluiting, maar tevens een aankondiging van een nieuw onderdeel van het ritueel.
Zonder enig kenbaar startsein beginnen er eerst een paar, en na een enkele seconden alle aanwezigen, in een geordende chaos elkaar ‘een gelukkig nieuwjaar’ te wensen.

En dan sta je daar. Te midden van honderd collega’s die als onstuimige bijen door de zaal zoomen op zoek naar verse bloemen. “Gelukkig nieuwjaar.” “Bedankt, jij ook!” Tijdens het uitspreken van deze wensen worden handen geschud en wordt er sporadisch gekust, gevolgd door het uitspreken van een van de vragen: “Goede jaarwisseling gehad?”, “Fijne dagen gehad?” of “Heb je nog goede voornemens?” Als een mantra wordt dit gebruik telkens met een ander persoon herhaald, net zolang totdat men iedereen een hand heeft geschud.

Er zijn een aantal rebellen die alleen hun directe collega’s opzoeken, maar dit is uiterst risicovol. Immers, wanneer wordt opgemerkt dat iemand anderen, per ongeluk of met opzet, overslaat, kan dit voor langere tijd gevolgen hebben voor relaties. Het is dus verstandig om voor de zekerheid toch maar iedereen langs te gaan.

Ik benijd de mensen die nog een extra dagje hebben opgenomen.
Nadat ik voor de zoveelste keer vermeld dat ik fijne dagen heb gehad en het gezellig was om met de familie bij elkaar te zijn, bedenk ik mijzelf dat ik er één goede voornemen bij heb: volgend jaar neem ik ook een extra dagje vrij.

Overigens, het nieuwjaarsontbijt is lang niet het enige moment waarop in deze organisatie met iedereen handen wordt geschud en een standaard praatje wordt gehouden.
Voor sommigen is dit even graven, maar pas aangestelde collega’s kunnen zich uitstekend de martelgang herinneren om rondgeleid te worden door het gemeentehuis. Dit gebruikelijke voorstelrondje betekent plat gezegd een dik uur handen schudden en glimlachen. Onmogelijk is het om tijdens deze ronde alle namen te onthouden, net zoals het onmogelijk is om tijdens het nieuwjaarsontbijt met volle interesse van iedereen te horen wat voor sterwaardig toetje zij hebben gemaakt op tweede Kerstdag. Als het dan niet ligt aan het uitwisselen van informatie, waarom voeren wij dit ritueel dan wel uit?

Laatst was ik in het gemeentehuis van Almelo voor een project. Er was een ruimte gereserveerd op de bovenste verdieping. En hoewel ik normaal gesproken niet te beroerd ben om de trap te nemen, werd ik bij dit gebouw wat minder enthousiast van deze gedachte. Het idee om de lift te nemen was nu zo gek nog niet.

Net toen ik was ingestapt en de deuren, aan de kermis piepjes te horen, wilden sluiten, stapten nog snel twee personen naar binnen. Onze blikken kruisten elkaar en vrolijk begroette ik hen. De personen keken geschrokken en pas toen ze zich herpakten kwam een kleine groet mijn kant op. Een akelige stilte volgde. Ik dacht dat het aan mij had gelegen, maar wat mij later die dag telkens opviel, is hoe weinig collega’s in Almelo elkaar groeten wanneer zij elkaar tegenkomen.

Dit is iets wat nagenoeg onmogelijk is in Rijssen-Holten. Het is zeer ongebruikelijk dat collega’s elkaar in deze organisatie niet groeten. Mocht dit toch gebeuren, dan is er een grote kans dat er iets mis is.
Het groeten begint ’s ochtends al. Wanneer medewerkers zich een baan wenden door het gemeentehuis richting hun bureau roepen zij constant “Goedemorgen!” wanneer zij een kantoorruimte passeren. Omdat dit standaard wordt beantwoord, klink er in de vroege uurtjes een prachtige symfonie van “goedemorgen’s” over de wandelgangen.

Hoewel dit begroeten ergens een soort dwangmatig karakter heeft, net zoals het handen schudden, is het ook erg tekenend voor het familiaire gevoel dat de organisatie heeft. Hiermee bedoel ik niet dat voor iedereen de organisatie als een warm nest voelt, maar wel dat het een organisatie is waar de lijnen kort zijn, collega’s elkaar kennen en er voor elkaar zijn wanneer dat nodig is.

Het familiaire cultuurtje vestigt zich in meer opvallende gebruiken dan alleen begroeten en overmatig handen schudden. Of het nu in het trappenhuis is, in de wandelgangen of op een van de loopbruggen, collega’s van Rijssen-Holten houden áltijd de deuren voor elkaar open.

Nu is het niet ongebruikelijk om de deur voor een ander open te houden. Toch gebeurt het in deze organisatie nét even wat consequenter, assertiever en gretiger dan ergens anders. Mocht je niet overtuigt zijn, daag ik je uit – geheel op eigen risico – om de deur eens niet voor iemand open te houden. Grote kans dat dit, net zoals wanneer je weigert koffie te halen voor een collega, ervaren zal worden als een diepe belediging.

Gebruiken als het goedemorgen wensen en het open houden van deuren zijn zo geworteld in het gedrag van personen hier, dat ik er niet aan twijfel dat zij voor de meesten als vanzelfsprekend worden ervaren. Dit doe je gewoon – punt. En toch, deze gewone, alledaagse handelingen illumineren op heldere wijze de waarde die men hier hecht aan het herkennen, kennen en erkennen van collega’s. Dezelfde (culturele) waarden komen terug in de rituelen van het gelukkig nieuwjaar wensen en het voorstelrondje. Het draait er hierbij op de eerste plaats niet om dat er informatie wordt uitgewisseld, maar om het leggen van sociaal contact. Het is dit contact waaraan deze organisatie veel waarde hecht; weten wie onderdeel is van de organisatie; de lijnen kort houden; en het familiare gevoel bewaken.
En als dat betekent dat je even dwangmatig als ongemakkelijk moet handen schudden, groeten en deuren openhouden… dan doe je dit gewoon.

Stijn de Kleuver
Trainee Regio Twente
Gemeente Rijssen-Holten


 

 

 

 



Als ongeluk in een klein hoekje zit, dan zit geluk overal.

Geluk, het houdt mensen al eeuwenlang bezig.
Albert Einstein – uiteraard vooral bekend van de relativiteitstheorie –  dipte zelfs zijn grote teen in de ‘gelukswetenschap’. In 1922 schreef hij ‘het recept voor geluk’ binnen enkele seconden op een briefje. Het verhaal gaat dat hij in een hotel in Tokio geen kleingeld had om een fooi aan een hotelbediende te geven.[1]  Daarom krabbelde Einstein snel iets op een briefje met de mededeling dat hij beroemd was en dat het briefje ‘waarschijnlijk meer waard zou zijn dan een reguliere fooi’.

Einstein schreef: “Een rustig en bescheiden leven brengt meer geluk dan het najagen van succes in combinatie met constante rusteloosheid”. Dat wij nog steeds geïnteresseerd zijn in het najagen van geluk blijkt maar weer, aangezien het neergekrabbelde briefje van Einstein op een recente veiling in Jeruzalem 1,3 miljoen dollar opleverde.

Het geluk van burgers blijft een erg levendig onderwerp. In januari van dit jaar zijn de resultaten van een grootschalig onderzoek naar geluk in Nederland gepresenteerd. De gelukkigste persoon in Nederland is óf een twintiger óf een 65-plusser, woonachtig in Drenthe, die regelmatig een glaasje alcohol drinkt, psychisch gezond is en werk heeft.

Oldenzaal geluksstad?
Ook de gemeente Oldenzaal, waar ik momenteel mijn eerste opdracht uitvoer, is bezig met geluk. Oldenzaal formuleerde samen met lokale maatschappelijke partners enkele jaren geleden een stip op de horizon: “Een gelukkige inwoner, die meedoet en daar waar nodig ondersteund wordt en binnen zijn eigen kunnen bijdraagt aan de samenleving“. Hier was iedereen het over eens: hier staan wij voor en alles wat wij doen moet effect hebben op deze doelstelling.

Deze stip is echter wel wat abstract. Want wat is nou een gelukkige inwoner? En kunnen wij als gemeente hier wel iets aan bijdragen? Er is daarom gekeken welke factoren volgens de wetenschap bijdragen aan geluk, en welke van deze factoren beïnvloedbaar zijn door inzet van de gemeente en haar partners. We hebben ervoor gekozen om de effecten voor alle inwoners inzichtelijk te maken door de outcomes (de veranderingen die geprobeerd worden tot stand te brengen) te verdelen in vier verschillende factoren. Er is gekozen voor: zelfredzaamheid, verbondenheid, gezondheid en veiligheid. Onder deze factoren hangen vervolgens verschillende beleidsdoelstellingen. Oldenzaal tracht door een breed scala aan indicatoren te verzamelen, het maatschappelijke effect per factor inzichtelijk te maken. De gemeente is op de terreinen van de ingezette factoren erg actief en wil op die manier de geluksfactoren beïnvloeden en – indien gewenst – bijsturen waar nodig.

Monitor sociaal domein
Om de effecten en resultaten van ons handelen inzichtelijk te maken wordt er op dit moment een monitor sociaal domein ontwikkeld. Deze monitor brengt ten aanzien van de vier gekozen geluksfactoren integraal – dwars door alle verschillende beleidsgebieden heen – informatie bij elkaar. Het resultaat van de monitor is om jaarlijks weer te geven waar we als gemeente staan. Wij trachten antwoord te geven op vragen als: Zijn wij gezamenlijk op de goede weg? Wat gaat er goed? En wat zouden we in Oldenzaal anders of beter kunnen doen? Zijn er slimmere en goedkopere alternatieven? De resultaten die voortvloeien uit de monitor zullen vervolgens gebruikt worden om in gesprek te gaan met de verschillende maatschappelijke partners.

Nee pessimisten, natuurlijk is er geen eenduidige definitie van geluk. En geeft ieder persoon er zijn eigen definitie en invulling aan. Maar ik bewonder Oldenzaal voor deze ambitieuze stap om geluk voorop te zetten. Om buiten de bestaande kaders te denken en doen en ambtenaren te prikkelen om deze ‘omdenkslag’ te maken.

Ik word van dit idee zelf in ieder geval al erg gelukkig, nu de rest van Oldenzaal nog!

Eva ter Denge,
Trainee Regio Twente
Eerste opdracht: Monitor Sociaal Domein,
Gemeente Oldenzaal

[1] Een opmerkelijke culturele faux pas. In Japan wordt het geven van fooi als een belediging gezien waar de ontvanger gewoonlijk niet erg gelukkig van wordt.


door: Didem Kilic-Kirtas


 


wie bint officieel ambtenaren wörden!

Vergangen doonderdag was ‘t zowied: wie bint officieel ambtenaren wörden!

‘n Belofte-dag begun veur oons um 12 uur ‘s middags met ‘n middagetten met oonze traineegroep.

Toen wie dat noar binnen wearkt hadden, kreggen wie ’n stuk of wat (spoed) presentaties van organisaties dee as gastorganisaties oonderdak hebt bie Regio Twente. Wie begunnen met ne presentatie oaver Twentse Kracht, woar wie as trainees ok oonder valt. Doarnoa kwam ne presentatie van OZJT (oaver de samenwerking in de zoarg) ,’t Kennispunt Twente (met oald-trainee Nikki) en de GGD Twente (dee ’n filmke met heel völ spuiten leut zeen…, dat kon wa wat meender….)

Onwies interessant en leerzaam um te wetten wat der allemoal binnen de regio te doon is! Hiernoa gung ’t pas echt los: ‘t ofleggen van de belofte. Dit döa Gerharda Tamminga, ‘n algemenen directeur van Regio Twente.

Noa nen oetleg oaver wat de belofte inhoald en ‘t veurleazen dervan mochen wie allemoal noar veurten kommen um “dat verkloar en beloaf ik” op te zeggen. Noa dit gebeuren bint wie oaver de Cultuurmijl noar ‘t museum TwentseWelle goan. Hier hetten Harry Nijhuis oons welkom en hee hef oons ne onmeundig mooie presentatie gövven oaver Twente. Hiernoa ha’w nog efkes de tied um in ‘t museum roond te lopen en konnen wie as greutse Tukkers ‘m weer an trappen, op hoes op an.

-.-.-.-

(Omdat wij helaas niet toe zijn gekomen aan de cursus Twentse taal, heeft mr. Nijhuis deze blog voor ons in het Twents vertaald! Soeper daank oe wa!)


In september 2017 is de groep Trainees 2017-2019, van start gegaan.

De groep bestaat uit veertien ambitieuze jong professionals met veel verschillende studie-achtergronden. Voordat ze echt aan hun eerste projecten begonnen, hadden ze een introductieweek.

Hieronder vertellen ze je in een vogelvlucht wat ze allemaal hebben gedaan.

Dag 1 Kennismaking – Vrijdag 1 september

Op deze dag hebben we kennis gemaakt met elkaar maar ook met onze coach Judith Westendorp. Later op de dag hebben we onder het genot van een hapje en een drankje kennis gemaakt met het projectteam van het Traineeship.

Dag 2 Gemeente Almelo en Gemeente Enschede – Maandag 4 september

 

Op maandagochtend werden we verwacht bij de gemeente Almelo. Hier hebben we informatie gehad over de geschiedenis van Almelo, de actualiteiten die spelen in Almelo en gemeente structuren. Daarnaast hebben we een rondleiding gehad door het duurzame stadhuis. Maar ook hebben we een debatspel gespeeld in de Raadszaal. Als afsluiting hadden we een lunch met een mooi uitzicht over de stad Almelo.

Na de lunch gingen we met de trein naar de volgende gemeente, namelijk Enschede. In Enschede werden welkom geheten op het station. We kregen een rondleiding door de stad vanuit het thema ‘Bruisende binnenstad’. Tijdens de rondleiding lieten medewerkers van gemeente Enschede verschillende plekken zien. Aan het einde van de rondleiding werden we uitgedaagd om een vraagstuk op te lossen. Dit werd gedaan in de lunchzaak ‘STOET Enschede’. ’s Avonds hebben we in het stadhuis kennis gemaakt met de mentoren. Iedereen heeft een goede match kunnen vinden!

Dag 3 Gemeente Borne en gemeente Hengelo – Dinsdag 5 september

Op de derde dag begonnen we bij de gemeente Borne. We kregen verschillende pitches te horen over welke onderwerpen er spelen in de gemeente, zoals nieuwe bestemmingen voor leegstaande schoolgebouwen. Daarna hadden we een mooie wandeling door ‘oud’ Borne en hadden we bij ‘De Ster’ een tussenstop. Naast lekkere taarten maken ze daar ook erg mooie kunst! Ook hebben we het ‘Kulturhus’ bezocht. Hier kregen we uitleg over de visie ‘Borne 2012-2020’. We hebben met een lunch afgesloten en gingen toen weer door naar de volgende gemeente: Hengelo.

In Hengelo werden we opgewacht bij het stadhuis. Na uitleg over de verbouwing van het stadhuis volgde er een rondleiding door het centrum. We hebben ook een bezoek gebracht aan de Stadswerkplaats074. Hier kregen we dillema’s voorgeschoteld waar we in teams aan hebben gewerkt en de bedachte oplossingen hebben gepresenteerd. Aan het einde werden we getrakteerd met het bekende Van der Poel-ijs!

Dag 4 en 5 ‘Op kamp’ in Diepenheim – Donderdag 7 en vrijdag 8 september

De laatste twee dagen van de introductieweek werden besteed voor de start van het ontwikkelingstraject. We verbleven in een mooie B&B in Diepenheim in een groenrijke omgeving. Hier zijn we aan de slag gegaan met het persoonlijke ontwikkelingsplan en hebben we elkaar als groep beter leren kennen. ’s Avonds stond er nog een kookworkshop gepland en hebben gezamenlijk lekkere gerechten op tafel gezet. De volgende dag gingen we verder met het ontwikkelingstraject en hebben we de week met elkaar afgesloten.

Het was een volle, gezellige en leerzame introductieweek. We willen graag alle deelnemende gemeentes bedanken voor hun gastvrijheid en inspiratie!

De Trainees 2017 – 2019    

 

 

Onze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor informatie over ons cookiebeleid en privacy statement. Accepteer om toestemming te geven voor het plaatsen van cookies.Accepteer cookies